Ida gerhardt
Ida gerhardt


Truus, de moeder, Ida
± 1910

 

Ida Gerhardt
vlnr: Ida, Truus, de vader, Mia. Leiden 1950

 

Ida Gerhardt
Marie van der Zeyde en Ida Gerhardt, Arnhem 1970

 

Ida Gerhardt
Ida als docent aan De Werk- plaats, Bilthoven

 

Ida Gerhardt
vlnr: Ida Gerhardt, Ben Hos- man, Johan Polak, Theo Du- quesnoy. Prijs voor Meester- schap, Leiden 1979

 

Ida Gerhardt, leven en werk in vogelvlucht

1905-1917
Ida Gardina Margaretha Gerhardt wordt geboren op 11 mei 1905 in Gorkum. Zij is de tweede dochter van Ida Gerhardt-Blankenvoort (1873) en Dirk Reinier Gerhardt (1871). De oudste dochter, Truus, werd geboren in 1899. De enige zoon Everardus heeft maar een dag geleefd (17-18 januari 1901). De vader was zijn loopbaan begonnen als timmerman en leraar bouwkunde, maar is in 1905 werkzaam als directeur van de Gorkumse Ambachtsschool. In 1908 verhuist het gezin Gerhardt naar Schiedam, waar de vader directeur wordt van de eerste Schiedamse Ambachtsschool. Zes jaar later volgt zijn benoeming tot directeur van de Rotterdamse Ambachtsschool. Het gezin gaat wonen in de ambtswoning, Katshoek 7, in de binnenstad van Rotterdam.

1917-1924
Ida Gerhardt doorloopt het Gymnasium Erasmianum te Rotterdam. Zij blijft zitten in de eerste klas. Een van haar nieuwe klasgenoten is haar latere vriendin en levenspartner, Marie van der Zeyde. In 1918 wordt haar jongste zuster geboren: Mia Irene. In het derde, vierde en vijfde leerjaar (zomer 1920 - zomer van 1923) heeft zij de dichter J.H. Leopold (1865-1925) als leraar Grieks. Iets langer dan een jaar (1922-1923) heeft zij ook buiten schooltijd contact met hem. Een andere inspirerende leraar is R. Jacobsen, docent geschiedenis en litterator. In 1923 verhuist het gezin Gerhardt naar Wassenaar, in 1924 doet Ida eindexamen. Haar beste resultaten behaalde zij in de vakken Grieks en Latijn.

1924-1933
In 1924 begint Ida Gerhardt aan haar universitaire studie klassieke talen. Het eerste jaar studeert zij met veel animo in Leiden, maar daarna wordt zij door problemen met haar familie gedwongen haar studie in Utrecht voort te zetten. Dit betekent voor haar een grote achteruitgang: zij vindt de studie te zeer historisch gericht en te weinig literair van opzet. Terwijl zij in Leiden lid was van de Vereniging voor Vrouwelijke Studenten (vvsl) en van het klassiek dispuutgezelschap m.f., blijft zij in Utrecht buiten het verenigingsleven. Met Marie van der Zeyde, die in Utrecht Nederlands studeert, raakt zij bevriend. Gerhardts studie verloopt moeizaam door de druk van grote hoeveelheden tentamenstof, geldgebrek en ziekte. Op 6 juli 1933 studeert zij af met Latijn als hoofdvak en Grieks en Oude Geschiedenis als bijvakken.

 

1933-1939
In de tijd van wereldwijde economische crisis voorafgaand aan de tweede wereldoorlog kan Gerhardt lange tijd geen baan vinden. Zij accepteert wisselende vervangingsbaantjes en ongesalarieerde betrekkingen, o.a. in Leiden, Delft en Rotterdam. Ook kampt zij met een ernstige longaandoening. In 1937 gaat zij tijdelijk aan het werk als vervangend docent aan het Stedelijk Gymnasium te Groningen. In 1934 overlijdt haar moeder.

1939-1951
Met ingang van het cursusjaar 1939-1940 begint Gerhardt haar betrekking als lerares in de klassieke talen aan het Gemeentelijk Lyceum te Kampen. Zij woont op kamers op verschillende adressen in deze IJsselstad: Graafschap, Koornmarktspoort en IJsselkade. Voor het behoud van een bedreigd stuk natuur in de IJsseldelta heeft zij zich eind jaren veertig actief ingezet.
vertalingen
Naast haar baan als lerares voltooit zij haar proefschrift: een vertaling in dactylische hexameters van een gedeelte van Lucretius’ leerdicht De rerum natura met een inleiding over leven en werk van de dichter, en een uiteenzetting over eerdere vertalingen van zijn werk. De titel luidt: Lucretius: De natuur en haar vormen boek i en boek v (Kok, Kampen 1942). De promotie (cum laude) heeft plaats in Utrecht op 2 oktober 1942. De promotor is de hoogleraar Latijn, H. Wagenvoort. De paranimfen zijn Marie van der Zeyde en Gerhardts vriendin en studiegenote Cornelia de Vogel, de latere hoogleraar Antieke Wijsbegeerte te Utrecht. In 1949 verschijnt Gerhardts jambische vertaling van Vergilius’ leerdicht Georgica onder de titel: Het boerenbedrijf (De Bezige Bij, Amsterdam).
dichtbundels
Kosmos (1940)
Het veerhuis (1945)
Buiten schot (1947)
Kwatrijnen in opdracht (1949)
Sonnetten van een leraar (1951)
bekroning
1945: Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs voor Het veerhuis. jury: W.J.M.A. Asselbergs, Jan Engelman, K.H. Heeroma, Martinus Nijhoff, Victor E. van Vriesland, Jo van Dullemen-de Wit

1951-1963
In de jaren 1951-1963 is Gerhardt werkzaam aan De Werkplaats, het progressieve onderwijsinstituut in Bilthoven dat was opgericht door Kees Boeke. Zij heeft de leiding van de gymnasiumafdeling. In Bilthoven woont zij  eerst enige tijd op kamers. In 1956 betrekt zij samen met Marie van der Zeyde een eigen huis aan de Bilderdijklaan 14. In 1953 overlijdt Gerhardts vader en op 13 februari 1960 haar zuster Truus. In 1963 gaat zij zelf, na enkele malen overspannen te zijn geweest, vanwege gezondheidsproblemen vervroegd met pensioen.
dichtbundels
Het levend monogram (1955)
De argelozen (1956)
De hovenier (1961)
bekroningen

1963-1980
Samen met Marie van der Zeyde vertaalt Gerhardt de Psalmen. Aan de universiteit van Utrecht had zij hiertoe Hebreeuws gestudeerd. De vertaling wordt in 1972 uitgegeven door de Katholieke Bijbelstichting en het Nederlands Bijbelgenootschap. In het voorjaar van 1967 verhuizen beide vrouwen naar Eefde, in de nabijheid van Zutphen. In de jaren 1963-1969 brengen zij de zomermaanden door in Ierland.
dichtbundels
De slechtvalk (1966)
De ravenveer (1970)
Twee uur: de klokken antwoordden elkaar (1971)
Vijf vuurstenen (1974)
Het sterreschip (1979)
Dolen en dromen (1980)

Verder verschijnt de bloemlezing Uit de eerste hand (1975) en de verzamelbundel Vroege verzen (1978).
bekroningen

1980-1997
De eerste uitgave van Verzamelde gedichten ziet ter gelegenheid van Gerhardts vijfenzeventigste verjaardag het licht in 1980. In datzelfde jaar verschijnt een bundeling van de dankwoorden die zij uitsprak bij prijsuitreikingen: Nu ik hier iets zeggen mag. In 1988 werkt zij mee aan de documentaire De wording onder regie van Cherry Duyns ('Observaties bij het ontstaan van vijf kunstwerken. Verslag van passie en talent van vijf eigenzinnige kunstenaars: Ida Gerhardt, dichteres; Armando, schilder; Hans van Maanen, choreograaf; Carel Visser, beeldhouwer en Reinbert de Leeuw, musicus'). Deze film werd gemaakt in opdracht van de Nederlandse regering voor de 50e verjaardag van Koningin Beatrix. Op 13 november 1988 overlijdt Mia Gerhardt. Op 9 maart 1990 overlijdt Marie van der Zeyde. Gerhardt gaat, na vergeefse pogingen onderdak te vinden in een kloostergemeenschap, wonen in een verzorgingshuis in Warnsveld. Zij overlijdt aldaar op 15augustus 1997.
dichtbundels
De zomen van het licht (1983)
Negen verzen van zonsopgang (1985)
De adelaarsvarens (1988)
In de herdruk van Verzamelde gedichten uit 1985 zijn De zomen van het licht opgenomen. De vijfde druk (1992), onder toevoeging van De adelaarsvarens, verschijnt in twee delen. In de achtste druk (1999) zijn de vertalingen (Lucretius, Vergilius, de Psalmen en Griekse epigrammen) ondergebracht in een afzonderlijk derde deel. In 2001 wordt een eendelige paperbackeditie uitgegeven, waarvan de vertalingen geen deel uitmaken.

 

Ida gerhardt - Courage!Bundeling van brieven
In 2005 verscheen een ruime keuze uit de brieven van Gerhardts hand, voorzien van uitvoerige annotaties; voor meer informatie klikt u hier (pdf).

 

 

 

 

 

Ida Gerhardt

onthulling van het ‘Rivierbaken’
Gorcum 1988